Nieuws & Agenda

Think Vertical

The New Farm door Ytje Veenstra

The New Farm

Door: Ytje Veenstra

Op een zonnige ochtend in december stap ik op station Haarlem in de trein. Ik ga een bezoek brengen aan The New Farm in Den Haag. The New Farm huist in voormalige Philipsfabriek ‘De Schilde’, niet ver van station Hollands Spoor. Het ambitieuze project moet een internationaal centrum worden voor binnenstedelijke voedselproductie en voedselbewustzijn. Men richt zich op het ontwikkelen van nieuwe technologieën en nieuwe teeltoplossingen. “Idealiter pas je een gebouw aan aan de eisen van de bestemming. In dat opzicht doen we aan retrofitting” vertelde de Peter de Groot, met wie ik een afspraak heb, aan de telefoon. Maar wanneer ik uit de tram stap en verderop meteen het gebouw al zie staan, met zes verdiepingen (10.000 vierkante meter) en enorme ramen, denk ik dat je ook met zo'n constructie waarschijnlijk al een heel eind komt.



The New Farm is opgestart door Peter de Groot en Evelien Braam. De Groot is commercieel vastgoedontwikkelaar, Braam is jurist en heeft een achtergrond in gemeentelijk vastgoed.
Een jaar zijn zij bezig geweest met de voorbereiding, waarin zij, onder andere, onderzoek hebben gedaan en met bedrijven hebben gepraat. The New Farm moest een 'echte farm' worden, een plek waar verschillende bedrijven elkaar kunnen beïnvloeden en versterken. Waar innovatie, educatie, startups, reeds gewortelde bedrijven, lokale afnemers en de buurt zelf nauw betrokken zijn. “Een kruisbestuiving aan ideeën”, zegt De Groot, terwijl we in de felle ochtendzon op de tweede verdieping een kopje koffie drinken.

“In begin was het thema van het project Vertical Urban Farming, dat is verschoven naar Smart Food Urban Solutions. Vertical Urban Farming omvat niet alles wat we willen doen”, legt De Groot uit, “ Vertical Urban Farming trok vooral mensen met een focus op tuinbouw, terwijl we ook mensen aan wilden spreken die geïnterresseerd zijn in hi-tec oplossingen. Smart Food Urban Solutions verbreedt het thema. Het is erg belangrijk om nieuwe ideeën toe te laten. Dit opende ook de deuren voor de nieuwe invulling van het gebouw. Zoals de Demo Box die in het Living Lab komt, op de vierde verdieping, die daar gedeeltelijk voor zal worden doorgebroken. De Demo Box is een soort grote koelkast, een tien meter hoge demo-cel met ledverlichting en robotica.” De vierde verdieping zal er gedeeltijk voor worden doorgebroken. “Ledverlichting is efficiënt en kan in een optimale positie worden geplaatst. In de Demobox kunnen bijvoorbeeld dertig lagen sla boven elkaar worden geteeld.
Wat er in The New Farm gebeurt gaat dus niet alleen over kweken. Gezondheid, educatie en urban planning zijn onderwerpen die een directe binding met voedsel en voedselteelt hebben.

“Veel bedrijven sluiten zich aan bij het Living Lab”, zegt De Groot. “Dat zijn zowel grote als kleine partijen. Philips, Priva en Innova doen mee. Met – onder andere – Kuijper Compagnons, Albert Heijn en Enza, maar ook met bedrijven uit de logistieke sector zijn we in gesprek. De markt is aan het veranderen en zij springen daar op in.”
Voedselproductie in steden heeft als groot voordeel dat er geen lange aanvoerlijnen aan te pas komen. Geen vliegtuigvervoer, geen lange transportroutes over de weg.
De Groot: “Lokaal gekweekt, lokaal verwerkt, lokaal geconsumeerd.”

De begane grond moet een restaurant en een markt worden, een plek waar (buurt)bewoners de lokale producten kunnen komen proeven. Wat er in The New Farm wordt gekweekt, wordt dan toegankelijk voor iedereen. Laagdrempelig, gemoedelijk. “De locatie moet niet tè upmarket worden”, vindt De Groot. “De verbinding met wijk en buurt is een sociale component waar we veel belang aan hechten.”

Op de eerste verdieping van The New Farm zal een zogenaamde incubator/accelerator worden gefaciliteerd. Middels zo'n faciliteit krijgen starters met een goed bedrijfsconcept mogelijkheden aangeboden waardoor ze sneller op het ondernemerschap kunnen overgaan. Kleine bedrijfjes kunnen door deelneming aan een incubator sneller groeien. Er worden programma's aangeboden voor de starters. “Er is veel belangstelling voor deze programma's, we hebben rond de 130 aanvragen ontvangen”, vertelt De Groot. “Haagse makers willen ruimte om prototypes te maken, ze hebben ruimte nodig om te bouwen, te testen”. Die plek is er bij The New Farm. Deze betafactory is gekoppeld aan de Haagse Hogeschool. Studenten en het bedrijfsleven worden (door middel van bijvoorbeeld het Living Lab) met elkaar in contact gebracht.
In het gebouw wordt ook gekozen voor een bewuste mix van bedrijven in de zogenaamde production-life-cycle. Horticoop, een tuinbouwtoeleverancier, is een cooperatie met 850 leden. Een grote speler, met veel kennis en een groot netwerk. Omdat ze een organisatie van en voor de tuinbouw zijn, kunnen ze ook kennis delen over bijvoorbeeld IT, of meet- en regelkunde. Dat kan versterkend werken voor tuinbouw-startups.

“Bedrijven zoals food consultancies vinden wat hier gebeurt ook erg interessant”, aldus De Groot. Dit soort bedrijven zitten in een sector die past bij wat er in The New Farm gebeurt. Daarvoor is de tweede verdieping, het meer traditionele kantoorgedeelte, waar administratie en sales hun plek hebben.

Op de derde verdieping komt een event- en educatieruimte. Er zullen bijvoorbeeld workshops worden gegeven. Het moet een multifunctionele plek worden. Maar dat kan nog veranderen; De Groot merkt dat er veel behoefte binnen opleidingen is om tussen bedrijven te werken. “Onderling moet dat organisch lopen. We willen dat niet forceren, we doen niet aan statische ruimte-indeling omdat dat nu 'eenmaal altijd zo gaat'.”
De Kookstudio huist ook op de derde verdieping. Hier wordt het nuttige met het aangename verenigd; de Kookfabriek geeft culinaire workshops en gebruikt ook producten uit The New Farm. De Kookfabriek zit al 19 jaar in het gebouw en past goed in het geheel.

Het Living Lab bevindt zich op de vierde en vijfde verdieping, waar ook de DemoBox geplaatst gaat worden. Daarnaast komt er op deze etage ook een duurzame verpakkingsmachine, ontwikkeld door studenten van de Haagse Hogeschool. De verpakkingen die met deze machine worden vervaardigd zijn gemaakt van afval van tomatenplanten en van restmateriaal van het kweken van oesterzwammen. Dit restmateriaal kom van De Haagse Zwam, een bedrijfje dat oesterzwammen kweekt op koffiedrab, een circulair systeem. De Haagse Zwam huist ook in het gebouw. “De Haagse Zwam is echt goed bezig”, zegt De Groot terwijl we kijken naar de kweekruimte van de oesterzwammen. “Er worden mensen in dienst genomen die afstand tot de arbeidsmarkt hebben, het vervoer van de oesterzwammen gaat per fiets en dan word gelijk de koffiedrab opgehaald, overal is aan gedacht!”

Bedrijven vragen ook andere dingen dan traditioneel het geval is, zegt De Groot, terwijl we door het gebouw lopen, “men vraagt niet alleen maar naar een kantoorruimte, men wil kennis delen, kennis vergaren en een plek waar je kunt groeien. En plek om te bouwen en te innoveren. Dat gaat verder dan een bureau op een flexplek.”

Er komt ook een insectenkwekerij in het gebouw. Insecten zijn rijk aan eiwit en mineralen, zoals ijzer en zink. Ook bevatten ze omega 3-vetzuren, net als in vis. “Maar insecten eten klinkt voor veel mensen niet aantrekkelijk”, zegt De Groot. “Daarom de insectenkwekerij, dan kun je het voor mensen zichtbaar maken, een stukje voorlichting. En ze kunnen het vervolgens gaan eten in ons restaurant.”

Het bedrijf Rebel Urban Farms heeft zich ook in The New Farm gevestigd. Rebel Urban Farms heeft landbouwervaring opgedaan in Nicaragua en houden zich bezig met het telen van groenten zonder enige toevoeging. Ze kweken zogenaamde microgreens, groenten die je in het groeistadium eet. Rebel Urban Farms wil voedzame groenten aan de consument aanbieden, maar tegelijkertijd de ecologische voetafdruk laag houden. Als voedselproductie gedecentraliseerd wordt, kan er op allerlei plekken worden geteeld, ook dichter bij de consument, zoals in de stad. De gebruikte grond wordt tot compost gemaakt, wat later weer terechtkomt in de trays waarin de microgreens worden gekweekt.

We lopen door een nog lege etage. De Groot gebaart door de ruimte: “Het klinkt raar maar deze ruimte is al helemaal vol. Bedrijven willen zich hier graag vestigen en hebben zich al ingetekend.”

Ik mag een kijkje nemen in de Leafy Green Machine. Tuinbouwtoeleverancier Horticoop werkt in het kader van deze Leafy Green Machine samen met Freight Farms uit Boston. Ik treed binnen in een gerecyclede zeecontainer, ingericht als hypermoderne groeiomgeving. De rood-blauwe ledverlichting geeft het interieur van de container een futuristisch aanzien. Er wordt me uitgelegd dat iedereen, ook mensen zonder landbouwkennis deze hypermoderne machine kan bedienen. Veel is volautomatisch. Als er iets moet gebeuren, dan is er een duidelijke uitleg aanwezig. Op een relatief klein oppervlak kan een enorme hoeveelheid aan groente worden geteeld, met naar verhouding weinig werkuren (15-20 uur per week).
Alle kennis over het telen in een Leafy Green Machine wordt wereldwijd gedeeld. Omdat men lokaal opereert concurreert men niet met elkaar.

“Commerciële business modellen werken allemaal hetzelfde”, vertelt De Groot. “Ze zijn rigide. Oude business modellen werken niet meer in deze veranderende markt. De setting is veranderd. Daar moet rekening mee worden gehouden. Bedrijven als Haagse Zwam en Rebel Urban farms zijn constant bezig met het verder ontwikkelen van hun business model. Daar helpen we ze graag mee.

Als we naar de zesde verdieping gaan, zie ik een grote groep mensen, in witte kleding en haarbeschermers. Een rondleiding. “Er is veel belangstelling voor wat we doen, mensen komen graag kijken. Elke dag zijn er wel rondleidingen”, zegt De Groot. Op de zesde verdieping aangekomen is er net een rondleiding bezig in de tilapiakwekerij van Urban Farmers. De kwekerij maakt gebruik van aquaponics, een proces waarbij het kweken van vissen wordt gecombineerd met het kweken van planten in een zogenaamde hydrocultuur. De verbinding van hydrocultuur en het kweken van vissen brengt voor beiden een voordelige wisselwerking met zich mee. De vissenpoep word omgezet in nutriënten en gebruikt als ‘mest’ voor de planten boven. Een duurzame manier van kweken. UrbanFarmers heeft aquaponics met behulp van eigentijdse technologie naar het nu gebracht voor de productie van vis en groenten. Er is tweemaal in de week een groente- en vismarkt. Ook kun je er lunchen en er worden events georganiseerd. Het is een gezellige, groene plek.

Bij de trap naar de lounge (en ook in de productiekas) van Urban Farmers is een FarmWall van het Leidense bedrijf Uptown Greens geplaatst. Uptown Greens (onder andere officieel distributeur van ZipGrow producten, die gericht zijn op het kweken van groenten in de binnenstad) houdt zich bezig met indoor farming, en de economische haalbaarheid ervan.

Op het dak aangekomen kijken we naar beneden. “We zitten midden in de oorspronkelijke Groente- en Fruitmarkt (De wijk Groente- en Fruitmarkt valt onder het stadsdeel Centrum van Den Haag, red.)”, zegt De Groot. “Zie je dat water? Het Laakkanaal was van oudsher een aanvoerroute voor groente en fruit. Dat wij hier nu zitten, met dit gebouw en wat er allemaal gebeurt en gaat gebeuren, daarmee is de cirkel weer rond.”

april 24, 2018|

You might also like this:

Rent your workspace Are you a start-up and frontrunner in the Horti-Tech sector? Are you in the proof-of-concept phase or testing your business model already? Get out of the attic or basement. Prototyping.

Welkom i-did!Sociale onderneming i-did komt vanaf deze week The New Farm versterken. i-did gelooft in een sociale en circulaire samenleving waarin producten en grondstoffen worden hergebruikt en niemand wordt buitengesloten.  i-didi-did gelooft.

Interview met Peter de GrootPeter de Groot, program developer at The New Farm, was interviewed by The Hague’s ImpactCity community recently. “The New Farm is a bold and beautiful effort at large-scale city farming.

Op de hoogte blijven van
het laatste nieuws? Meld je aan
voor onze nieuwsbrief!